
Er bestaan drie soorten moeders. De oermoeder, de werkende moeder en de vluchtmoeder. De oermoeder kennen we allemaal. Dat is de moeder die 3 weken voordat haar spruit jarig is al begint met het frobelen van de traktatie, zodat je jezelf verplicht voelt 30 mandarijnen te versieren met dropveters en hoedjes gevouwen van karton. Dat is de moeder die elke week komt helpen met voorlezen en knutselen. Die vooraan staat bij de luizencontrole en schoolreisjes en bij wie het altijd goed is dat er kinderen na schooltijd komen spelen. De moeder die je een beetje ontloopt omdat ze, als ze je in het vizier krijgt, altijd probeert te charteren als luizen-, voorlees-, of knutselmoeder. Het moge duidelijk zien dat ik niet tot deze categorie behoor.
Tot voor kort behoorde ik tot de werkende moeders. Dit zijn de moeders die als de bel gaat net het schoolplein op komen rennen en roepen: "loop nou eens door, we zijn laat!" om er vervolgens achter te komen dat het dinsdag is en dat de gymtas mee had gemoeten. Om vervolgens met dezelfde snelheid waarmee ze zijn gekomen er weer vandoor gaan.